Make your own free website on Tripod.com
MARK MEEKERS
"PARADIJSKOORTS" gedichten rond leven en werk
van de Franse schilder

 
 
 
 
 

         Paul


dat boeit me / ça m'intéresse
 
 
 
 
 
 
 
 

PARADIJSKOORTS
 
 
 
 de bundel
 mark meekers
 5 gedichten
 5 poèmes
 b. de coen,traduction
 de uitgever

 
 

 

 
 

DE BUNDEL
 

-    TECHNISCHE FICHE

PARADIJSKOORTS, gedichten omtrent P. Gauguin
64 p., 11 Kleurenillustraties, 20 cm

Gezet in Veljovic Book
Gedrukt op JOB, 170 g door Drukkerij Overloop, Wilsele
D/ 2002 5658 6
ISBN 90-76895-34-1
Doelgroep: volwassenen
NUGI 310 UDC 82-1 SISO 877-1Uitgeverij , Leuven, 2002
Trefwoord: gedichten; oorspronkelijk
prijs: 17 €

Een uitgave van Uitgeverij P, 2002, Sint-Antoniusberg 9, 3000 Leuven
Tel.: 0032 (0)16 23 12 45
Fax: 0032 (0)16 23 90 95
 

FLAPTEKST

    PAUL GAUGUIN (1848-1903)

Verbreekt in 1888 zijn vriendschap met Vincent van Gogh en neemt het besluit de Westerse maatschappij te ontvluchten. Tijdens twee reizen gaat hij op zoek naar het zondeloze Eden. In Tahiti vindt hij kortstondig het paradijs, maar op de Markiezeneilanden wordt hij door de realiteit fataal ontnuchterd.
Na Vincent van Gogh, Camille Claudel en Rembrandt verdiepte Mark Meekers zich zowat drie jaar in het fascinerende oeuvre van de rebelse Franse schilder Gauguin. De gedichten die eruit voortsproten zijn zo bruisend en wervelend gecomponeerd, dat je bijna gedwongen wordt om Gauguin te (her)ontdekken.
Het ontwerp van Paradijskoorts werd in 2001 bekroond met de tweejaarlijkse Poëzieprijs van Merendree. Uit het juryrapport: 'Een taalkracht, een uitzegging, woordgeworden licht en kleur die nergens haperen. In één geut geschreven: een bundel die af is. De eigen gebalde stijl, de structurele opbouw van het gedicht, de intrinsieke waarde van woord en beeld zijn kenmerkend'. (Mark Michiels)
 

    MARK MEEKERS (Blaasveld, 1939)

Is als beeldend kunstenaar actief onder zijn eigen naam Marcel Rademakers.
Ook in die hoedanigheid geniet hij heel wat bijval in binnen-en buitenland. Hij behoort tot
de meest gelauwerde dichters van Vlaanderen.
Vaak vinden we in zijn poëzie dezelfde plastische gerichtheid terug als in zijn beeldend
oeuvre. Bij uitgeverij P verscheen in 1995 Spiegelschriften in 1999 een meesterlijke poëtische
evocatie van Rembrandt: Feesten van licht, dat met de driejaarlijkse Blanka Gyselenprijs
bekroond werd.,

Over Spiegelschrift:
'Ik reken Spiegelschrift tot de hoogtepunten in het poëtisch oeuvre van Mark meekers tot dusver.' (Leesidee)

'Een universele kreet (...) een wonder spel van dubbele bodems (...) een bundel om vaak te herlezen.'
(Vlaanderen)

Over Feesten van licht:
'Ronduit indrukwekkend. (...) Mark Meekers streelt Rembrandts licht trefzeker over woorden uit.
Een aanrader!' (De Houten Gong)

'Onophoudelijk worden de anekdotische aanknopingspunten in de lyriek vervormd tot mytische
evocaties. (...) Een boeiend geheel.' (Leesidee)

'Dankzij de lichtfeesten hoeven we niet bang te zijn voor de nacht. (...) Gedichten om dankbaar
voor te zijn, 'van goudglans geweven'.' (Ambrozijn)

Mark Meekers publiceerde de roman "Asiel in Niemandsland", tal van korte verhalen en essays in tijdschriften en verzamelbundels, waarvoor hij meer dan 42 eerste prijzen ontving in literaire wedstrijden in Vlaanderen en Nederland."Paradijskoorts" is zijn veertiende dichtbundel. Hij zat in de redactie van meerdere tijdschriften: "Leuvense Letters", "Letters", "Zefier", "Concept" e.a., jureerde in tal van wedstrijden zoals de Poëzieprijs van Oostende, trad op in het televisieprogramma Coda (zeven avonden poëzie) en op de plaatselijke zenders, las voor op literaire avonden o.a. het Europees Poëziefestival. Hij richtte met enkele gelijkgestemde auteurs het dichterscollectief Mengmettaal op waarvan hij voorzitter is.

terug / retour

KENMERKEND

De bundel omvat veertig gedichten verdeeld over vijf cycli:
- Te tiari farani (de Franse bloemen, Pont-Aven, Le Pouldu, 1871-1891)
- Noa Noa (Geurig land, Papeete, Mataia, 1891-1893)
- Tussen twee stoelen (Montparnasse, Pont-Aven, 1893-1895)
- Rupe Rupe (Wonderbaar land, Papeete, Punaia, 1895-1897)
- Nevermore ( Punaia, Papeete, Hiva-Oa, 1897-1903)

STRUCTUUR
De gedichten hebben allen dezelfde structuur: 4 maal vier kwatrijnen: hierdoor krijgt de lezer de indruk van een tentoonstelling. Het idee van serie (actueel in de muziek) versterkt het geheelbeeld. Door het op voorhand gekende identieke “grafische beeld” wordt de klemtoon verlegd van het formele naar het inhoudelijke (dit procédé komt uit de schilderkunst: praktisch alle doeken van Gauguin zijn van hetzelfde formaat: het versterkt de indruk van harmonie).
 

    EIGENZINNIG
Mark Meekers heeft een “eigenzinnige” taal (De Geest) en verloochent ook in deze bundel die eigen stem niet.
Teveel taalgefrunnik is een sterke beperking in tijd en plaats (Mark Meekers wil precies dit transcenderen, heeft er geen enkele behoefte aan om met de modetrends mee te catwalken). Verdoezeling, vervreemding, vertroebeling (hoe boeiend of charmant ook) vanuit een surrealistische visie wijst hij af en zeker verbale acrobatiek, syntactische salto’s of grammaticale sprongen, die (meestal) goedkoop effect sorteren en de receptie bemoeilijken. Heel wat auteurs vergeten dat de uiteindelijke reden, die de lezer tot poëzie drijft, het lustprincipe (op een intellectueel verfijnd niveau) is.

KLAARHEID, waarbij de poëtische taal als functie heeft ideeën, emoties, intuïties te verhelderen op emotioneel vlak vooral door gebruik van beeld, metafoor, vergelijking is een van zijn criteria.  Hij onderschrijft hier de zienswijze van A. Camus die dit de enige vorm van echt denken noemt. Dit procédé is perfect overdraagbaar in andere talen, andere culturen, andere tijden. (B. de Coen werk aan een Franse vertaling van de belangrijkste bundels).

    De bundel kan op verschillendeNIVEAUS gelezen worden: als gedicht an sich, als weergave van de visie van de dichter, als vertaling van een schilderij en als combinatie van deze drie elementen. De bundel is chronologisch gestructureerd en geeft een overzicht van de leefwereld van Gauguin, maar schuift tevens een aantal uitgesproken thema's naar voren zoals: de vlucht uit de westerse beschaving, het zoeken naar het paradijs, de onschuld, liefde, religie, de ongerepte natuur.
 

    DE UITGEVER
Uitgeverij P werd opgericht in 1990 door L. Peeraer. Aanvankelijk beperkte het opzet van P zich tot de uitgave van een poëziereeks en het uitwerken van gelegenheidspublicaties. maar het bleef niet bij poëzie alleen. Er volgden kunstboeken, een reeks over handwerk en een over fotografie, boeken met sociaal bewogen inslag. Het fonds groeide uit tot meer dan honderd titels en wordt beschouwd als het belangrijkste op het vlak van de poëzie in Vlaanderen.
 

terug / retour

 

 
 
 
 
 
 
 

5 GEDICHTEN

FINIS TERRAE / NA HET SERMOEN / TEHA’ AMANA / ARCADISCH / AFSTAND

 
finis terrae
FINIS TERRAE

reizen begint bij een schelp op een scheeps-
romp of een zeepbel die uit de kindertijd
aanwaait en wat ze wakker maakt achter
de ogen. je handlijnen te buiten gaan,

roestige moeren weer op losse schroeven
zetten om een nieuwe draai te vinden,
de dromen die zweven, grond van bestaan
geven, de draad van verre horizonten

weer opnemen, paradijzen uit palmbomen
laten klimmen. zichzelf afleren. maar ook
op schipbreuk inschepen, op klippen waar
het licht slagzij maakt. nooit aankomen

is het doel bereiken. na elke omweg meert
men weer tussen eigen ankers, wordt men
minnelijke schikking tussen zee en aarde,
keert de gewonnen ruimte buitenstebinnen.
 

  na het sermoen

NA HET SERMOEN

breedvleugelige kappen als meeuwen
op hun hoofden neergestreken. zij rijgen
weesgegroeten aan hun vingers. klokken
brengen vroomheid op hol, schudden

visoenen uit de mouw. een koe, een
bretoense, knielt erbij. de aardmantel
brandt onder de appelbomen. een engel
en een mens zitten elkaar in de veren.

eerst in het ochtendrood geeft god zijn
wezen bloot, sluit de stilte haar archieven.
de vrouwen schudden een briesje uit hun
schort, geloven alleen hun eigen dromen,

weigeren ogen. hij, toch ook voyeur van
het ongeziene, staat bij hen in kwaad dag-
licht, krijgt zijn waarheid aan kerk noch straat
verkocht. ook rozenkransen hebben doornen.
 

teha'amana
TEHA’ AMANA

ik dek de wonde af met verf, drijf
de kilte uit met warme kleuren, stilte
met een sprekend portret. bloemen van
het wildste wit luisteren aan je oor.

terughoudend achter de strepen van je
jurk. scheiden is een vlag in twee helften
  scheuren. onze lippen gaan uit elkaar
bij het woord “vaarwel”. de wimpers vol

smeltend licht. onze schaduwen blijven
voor altijd verstrengeld achter. brandende
palmtakken op het strand en je waaier
die wuift. bladeren als vleermuizen aan

de takken. golven zetten een hoge borst,
drogen tranen. een krimpend zeil, dat
als een haaienvin de horizon snijdt.
ons afscheid: de tederste lustmoord.

 
arcadisch


ARCADISCH

een ochtend van gladgestreken zilverpapier.
ver van babel en bijbel, de erfzonde de
mantel uitgeveegd. in de droge bedding
der rivier de melkweg tot kiezel gekrompen.

enkel wat lichaam om het lijf, vuurvast
in haar vel, bestand tegen hitte en hel.
nog valt zij samen met haar schaduw,
zij aan zij, vriendinnen met dezelfde

voornaam: arcadië, utopia, elysium,
volmaakt naakt van vóór de schaamte.
luipaarden sluipen door de lenden. ave
eva, laat ons in je wijngaard –toe-, achter

het blad, waar vruchtgenot in de schoot
geworpen wordt. wij zitten in hetzelfde
schuitje, hetzelfde schootje, plukken de
bloem der kennis van haar hoge stengel.
 

afstand

AFSTAND

hij heeft avondmaaltafels doen dansen,
boeddha’s de ogen gesloten, goden mild
gestemd met wierookkrullen, bladeren van
onbeschreven wouden omgekeerd, de hand

gelezen. hij heeft glans uit waterspiegels
geroofd, beschilderde er ogen mee, reikte
de droom een beeld aan om zich te tonen,
verdoekte paradijzen, zag in de zon

slechts een puntje op iets. hij hing
duisternis op aan lampenzwart, verbond
de sterren met stippellijnen, wachtte
op antwoord, op hartslag. vond stilte

in oorspronkelijke versie, een verdwijn-
punt voor zijn perspectief, legde zich in
eenklank bij de aarde neer, tussen geel
en koningsblauw, op één lijn met het licht.

terug / retour
 
 
 
 
 
 
 

5 POÈMES

FINIS TERRAE / NU COUSANT / UN CHIEN SCANDALEUX / QUANTA CURA / SÉPARATION
 

finis terrae
FINIS TERRAE

le voyage commence près d'un coquillage sur
une coque d'un navire ou une bulle de savon
qu'apporte le vent de l'enfance et ce qu'elle
réveille derrieère les yeux. excéder les lignes

de la main, déboullonner les écrous
rubigineux pour retrouver une tournure
aisée, accorder un fondement aux songes
qui planent, reprendre le fil de lointains

horizons, élever des paradis dans les
palmiers. se désapprendre. mais aussi
s'embarquer sur un naufrage, sur des écueils
où échoue la lumière. ne jamais arriver

c'est atteindre le but. après chaque détour on
amarre entre ses propres ancres à nouveau,
on accorde mer et tere à l'amiable,
l'espace receuilli se tourne sens dessous dessus.
 

nu cousant

NU COUSANT

chaque matin elle ouvre la porte à
la lumière, la raccompagnant après souper.
la robe aux petits souris satinés, petits pièges
à regards d'hommes pliés dans un coin de l'oeil.

elle se déshabille jusqu'a la peau: exposée,
servante de travaux de précision. il la borde
de ses teintes de prédilection. les couleurs
sont tentantes sans connaître le péché. elle sait

que faire de sa chair, se scinde en mains
minutieuses, faisant de petits miracles,
raccomode, dans le bon sens. le silence
sur un coussin, le bonheur à taux réduit.

la maîtresse de maison entre dans la toile
sans frapper, radotant de ses dents
d'acier froid, le fil perdu, ne voit-elle point
la véritable : la lumière dans tous ses états.
 

un chien scandaleux
UN CHIEN SCANDALEUX

il porte ses yeux comme de petits plats,
lape le lait qui fuit de la main du maître, le
prend pour maîtresse, suit l'ordre de veiller
en chien de faïence sur l'eau dans la cruche,

le violet de l'herbe. le peintre le sort
près des arbres en costume marin bleu.
les branches épanouis en soyeuse averse
de fleurs. parfois mélange-t-il des gènes

jaunes et vermillon en tache neuve,
ce frétilleur. l'animal qui niche
dans son amitié n'est que coloris,
coup de gong dans une pastorale.

il en assez vu de la cécité des spectateurs.
ils se dressent sur leurs ergots, ont
l'aboiement plus flagrant que la bête,
une dent contre l'orange de ce bâtard.
 

  Quanta Cura

QUANTA CURA

voici des commandements qui viennent d'en haut,
bénis de pierres précieuses enchâssées, furoncle
anobli sur doigt d'évêque: raclez les tatouages
jusqu'à ce que le bleu tourne au rouge. ôtez

les mains des tambours revêtues de peau de requin.
interdisez à la mer et au ruisseau de palper de
nus baigneurs. marquez l'adultère sur la joue. battez
l'âme des bouteilles ivres. renversez les idoles

de granit, terriers de dieux. taillez les excroissances
païennes. découpez la vérité dans le bois dur,
dorez. confisquez le clair de lune venimeux. menez
le soleil par le bout du nez de sorte que fleurissent

les chandelles à la prière des abeilles. déversez
des torrents sur les désobéissants. suspendez la
lampe d'autel dans chaque thorax. dites que ces
sauvages dégénérés se sont trouvés eux-mêmes.
 

séparation  S

SÉPARATION

il fait danser des tables de cène, fermé
les yeux aux bouddhas, amadoué les
divinités de boucles d'encens, retourné les
feuilles de fôrets immaculées, lu les lignes

de la main. il a dérobé le brillant des miroirs
d'eau, peignant des yeux avec celui-ci,
tendant une image au songe pour se montrer,
rentoilant des paradis, ne voyant dans le

soleil qu'un petit point sur rien. il
suspendit l'obscurité au noir de fumée,
relia les étoiles par des pointillés, attendit
une réponse, sur le pouls. trouva le silence

en version originale, point de fuite
pour sa perspective, se coucha en
unisson près de la terre, entre jaune
et bleu roi, aligné sur la lumière.

terug / retour
 
TRADUCTION: BERNARD DE COEN
Né le 19 mai 1965 à Louvain d'un père francophone bruxellois et d'une mère néerlandophone louvaniste il n'avait plus qu'à étudier la philologie romane à la KUL après ses humanités classiques au collège Saint-Pierre pour ne plus savoir quelle était sa véritable langue maternelle et se découvrir somme toute bilingue et ainsi se mettre les deux grandes communautés de notre petit pays à dos.
Bien vite, ce paradoxe se doublera d'un autre : sportif ou intellectuel ? Là aussi, force est de répondre : les deux ; ce qui n'est guère pour faciliter les choses auprès de ceux qui aimeraient le saisir, le classer. Il est l'actuel vice-champion de Belgique dans la catégorie des + de 35 ans.
Après quelques années de vagabondage dans l'enseignement du français et de l'espagnol par-ci par-là en Flandre, Bernard de Coen opte pour un emploi stable de traducteur administratif au service de l'Etat.

Depuis 1997, il entretient une correspondance littéraire avec son ancien copain de classe, l'artiste figuratif flamand Sam Dillemans.
En 2000, il publie son premier recueil de poèmes : une petite centaine de sonnets aux éditions Lux, intitulé Les Bourraches (ISBN 2-87408-104-3). Il récidivera avec un premier recueil de plus de 200 haïkus bilingues en mai 2001 Tiens (chez le même éditeur). En 1999, il obtient le 3ème prix au Grand concours international des Rencontres des poètes et artistes en Bretagne ainsi qu'un prix d'honneur au Grand prix des poètes de l'Association peintre & poètes d'aujourd'hui.

Parallèlement, il développe une activité de traducteur littéraire (surtout de poésie) qu'il affectionne tout particulièrement : l'Eloge du Rien de Christian Bobin (1998), Oh!, flinterverzen et Camille, een steenworp in de tijd de Mark Meekers (2001), 3-Handig de Dirk Christiaens (2001), des poèmes de Sergen, Steegmans, Van Cauwenberge et Hertmans. Il aime à souligner qu'il faut traduire un poème le plus rapidement possible pour rester au maximum en harmonie avec l'ensemble du poème, mais qu'il faut paradoxalement tout aussi bien interrompre ce flux au moindre petit scrupule que l'on rencontrerait sur l'une ou l'autre formulation.
 
 

terug / retour
 
 
 
 
 
 
 

DE VOORSTELLING

De bundel werd op 26 april om 20.30 uur voorgesteld in de kapittelzaal van Abdij Keizersberg, Mechelsestraat 202, Leuven 3000.
 

    PROGRAMMA

- Mark Meekers verwelkomt.
- Prior Dirk Hanssens, poëzierecensent, leidt de bundel in.
- Finita Janssens leest voor uit Paradijskoorts en Leta Sohder, violist-performer,
  begeleidt.
- La Logique de l'à-peu-près (Ruben Geeroms, synthesizer, Tim Gautama, gitaar en Lau
  Rademakers, percussie) zorgen voor de muzikale omlijsting.
- Uitgever Leo Peeraer overhandigt de eerste exemplaren.
- Receptie.

terug / retour


 

VERSLAG / FOTO'S

Goedenavond literaire letterbekken,
Welkom bij de voorstelling van de bundel “Paradijskoorts” rond leven en werk
van de Franse schilder Paul Gauguin, die een eeuw geleden overleed. Gauguin
revolteerde tegen de schilderkunst van Academie en establishment
en zette de kleuren op hun kop.
Hij heeft grote invloed gehad op de manier waarop wij, “eenentwintigste eeuwers”,
tegen de dingen, de natuur, de mens en het leven aankijken.
Zijn biografie is boeiend genoeg om er een aantal thema’s uit te distilleren, die
onze interesse kunnen gaande houden: liefde, zonde, ongerepte natuur, authenticiteit,
afkeer van de westerse civilisatie, de aloude verzuchting naar een paradijs, of de realiteit
die de droom overmant.

Ik projecteer nu  op de plaats waar het schilderij van een eerbiedwaardige abt hing, tien
herinneringen op doek of beter op kloostermuur:
 

Dan geven FINITA JANSSENS  en LETA SOHDER zeven gedichten te beluisteren.
Schrik niet als je ook Franse teksten hoort.
 
    Gauguin is een Parijs kunstenaar, die voortreffelijk in zijn moedertaal schreef. Misschien komt er met deze Franse toets iets van zijn lijfsgeur over.
Verder heeft BERNARD DE COEN enthousiast de volledige bundel naar het Frans
vertaald en het zou zonde zijn om daar niet even van te snoepen.Succulent!
Leta Sohder werd in de Franse kolonie geboren en zorgt voor de “couleurlocale”.
De muziek houdt ons dan nog even in de sfeer.
We beginnen dus met een kleine portrettengalerie van de man die in een interview
met een journalist in 1891 zegde: “ Ik vertrek om gerust te zijn, om verlost te worden van
de invloed van de beschaving. Ik wil alleen eenvoudige, zeer eenvoudige kunst maken; daarom
heb ik er behoefte aan om opnieuw in de ongerepte natuur onder te duiken, om enkel wilden te
ontmoeten, hun leven te delen, met als enige bekommernis… de ideeën in mijn hoofd met behulp
van de middelen van de primitieve kunst (de enige goede en echte) uit te drukken.”
 DIRK HANSSENS speelt het klaar om prior en poëzierecensent te zijn. In zijn zwarte pij
contrasteert hij met de kleurrijke wereld van Gauguin. Onze schilder kreeg ook al eens kritiek te verwerken onder andere van de toneelauteur Strindberg: “ Je hebt een nieuwe aarde en een nieuwe
hemel geschapen, maar ik voel mij in je schepping niet thuis. Ze is te zonnig voor mij omdat ik
meer van clair-obscur hou. En in je paradijs woont een Eva die mijn ideaal niet is…
Goede reis, Meester, enkel nog dit: keer terug en kom weer bij mij
langs…want ik begin er ook enorme behoefte aan te krijgen om een wilde te worden en eennieuwe
wereld te creëren.”

      Eens luisteren of de lectuur van “Paradijskoorts” bij Dirk
Hanssens een temperatuurstijging veroorzaakt heeft… Nadien houdt de muziek nog een
moment de stemming vast.

De ervaringen van Gauguin in Tahiti en op de Markiezeneilanden zijn extreem en gaan
van twijfel over wanhoop tot harmonie en extase.

In 1898 noteert Gauguin in een brief:
“ Van kindsbeen af zit het ongeluk mij op de huid. Nooit eens geluk, nooit vreugde. Altijd alles
tegen en ik roep het uit: God, indien je bestaat, beschuldig ik je van onrechtvaardigheid,
boosaardigheid. Ja, toen ik het nieuws van het overlijden van die arme Aline vernam, heb ik aan
alles getwijfeld en uitdagend gelachen.
Waartoe dient deugdzaamheid, werk, moed, intelligentie?”

Twee jaar later schrijft hij:
“Hier vlakbij mijn hut, in doodse stilte, droom ik van woeste harmonieën waarvan de natuurlijke
geuren mij bedwelmen; een genot onttrokken aan een onbekende gewijde verschrikking,
die ik rond mij ervaar. De dierenfiguren zijn stijf als beelden: in het ritme van hun houding en in
hun vreemde stilte zit iets antieks, verheven en religieus.”
 

We illustreren dit met een tiental dia’s van schilderijen, dan lezen Finita Janssens
en Leta Sohder nog drie gedichten en verlengt « La Logique de l’à-peu-près »
nog even het muzikaal genot.

Dan volgt onontkoombaar het ritueel moment waarbij Leo Peeraer, uitgever het eerste exemplaar

van "Paradijskoorts" overhandigt.ever

Mark Meekers dankt: "Ik wil iedereen bedanken op de schamele manier waarop een dichter dat kan doen:
met een handvol woorden en met bloemen.

Ik lees het gedicht “wonderbaar land”en dan praten de bloemen verder...
Bloemen voor  Leo Peeraer voor de zoveelste geslaagde bevalling. Het heeft heel wat persen
en duwen gekost maar het kind komt er bijzonder kleurrijk uit.
Zonder uitgeverij P was Vlaanderen een poëziewoestijn.
Dank aan Prior Dirk Hanssens voor het monnikengeduld waarmee hij zich in de bundel ingewerkt heeft. Het was niet de bedoeling van al dat vleeskleurig moois om zijn
roeping aan het wankelen te brengen.
Dank aan Finita Janssens en Leta Sohder voor de schitterende, eigenwijze eigen wijze waarop zij de teksten gebracht en overgedragen hebben.
Dank aan de muzikanten Ruben Geeroms, synthesizer en Tim Gautama, gitaar voor
de speciaal voor deze gelegenheid gecomponeerde stukken.
Dank aan het dichterscollectief Mengmettaal dat de zaal mee hielp bevolken.
Dank aan Ingrid, Julie, Eline, Laurens, Frederik, die mijn knorrigheid verdragen als
het niet lukt om de woorden een juiste draai te geven.
Dank ook aan jullie allen voor de sympathieke, ondersteunende opkomst

   de auteur op zoek naar een geknipte zin om de koper van antwoord te dienen...

terug / retour
 

WIE IS WIE?

    FINITA JANSSENS
Behaalde haar Eerste prijs voordracht aan het Koniklijk Conservatorium te Antwerpen. Sedert 1970 is zij tot op heden docente in de afdeling "Woord" verbonden aan de Kunstacademie in de provincie Limburg.
Ze werkte in verschillende academies en als performer van tentoonstellingen, o.m. rond de moderne kunst- periode 1895-1990, waarvoor zij een essayistische catalogus schreef: "Perestroik' art- Polyloog".
Ze behaalde aan de Universitaire Instelling Antwerpen (UIA) het postuniversitair getuigschrift voor de scriptie "Vrouw en kunst" in het kader van de opleiding "Vrouw en Samenleving". Via een Erasmusbeurs volgde zij nadien aan de Rijksuniversiteit te Utrecht de cursus "Een nieuwe visie feministische filmtheorie".
Ze regisseerde in samenwerking met professionele podiumartiesten, leerlingen en oud-leerlingen diverse poëzie-avonden onder de naam "Telepoëtica": Een nieuwe lente, een nieuw geluid, het totaalspektakel: Paul Van Ostaijen en het expressionisme, Persona Pessoa...
Ze creëerde een gedramatiseerde "Mascarada" in barokstijl en een artistieke act in relatie met poëzie en architectuur: "Dûr, dûr, d'être Fafa".
Ze werkte een workshop "literaire creatie" uit met mentaal gehandicapte volwassenen. Sedert enkele jaren is ze lid van het VOM (Vrouwenoverleg Maasmechelen) en organiseert met deze vereniging voor het najaar 2002 een tentoonstellingsproject rond "Beelden van vrouwelijkheid" : Eva, Venus, Alma, Madonna...
 

    LETA SOHDER
Werd geboren in Congo op 8 juli 1962. Hij behaalde het graduaat in de kunsten aan de universiteit van Kinshasa. Hij studeerde aan het Koninklijk Muziekconservatorium van Brussel waar hij de eerste prijs solfège behaalde. Hij is violist en als auteur-toondichter schreef hij de muziek voor de kortfilm “Tribu”, die bekroond werd met de eerste prijs van het Filmfestival van Namen. Als toneelspeler werd hij opgemerkt in in “Otello” van Shakespeare, in “Pantagleize” van Michel De Ghelderode, “À la fin était le Bang”van René De Obaldia, in “La Farce des ténébreux” van M. De Ghelderode en andere…
 

    MUZIKALE OMLIJSTING: "LOGIQUE DE L'À-PEU-PRÈS"
Temujin Gautama (gitaar), Ruben Geeroms (klavier) en Laurens Rademakers (drums) zijn al geruime tijd muzikale handlangers. Ze zetten als jeugdvrienden hun eerste muzikale stappen in het woelige milieu van Leuvense rockgroepjes. Al snel bleek de garage echter te benauwd en begonnen zij te experimenteren met lichter getinte genres. Logique de l’à peu près noemt zich graag een gelegenheidsgroep. Inspiratie vindt het trio vandaag zowel in klassieke Latijns-Amerikaanse stijlen, als in vrije jazz en blues. Fragmentatie en hybriditeit mogen hun creaties dan al kleuren, zij zoeken toch een balans tussen herkenbaarheid en vrij experiment. Vanavond brengt de groep een aantal speciaal voor deze voorstelling uitgewerkte stukken.
 

terug / retour
 

 
 
 
 
 

INTRODUCTIETEKST

PARADIJSKOORTS”

    Toen ik vernam dat na een bundel beeldgedichten over leven en werk van Vincent van Gogh,
én een bundel omtrent Rembrandt, er nog één zou komen waarmee Mark Meekers zelfs nog voor de voltooiing alweer een literaire oppergaai had geschoten, was ik verbaasd dat het er één zou worden rond de schilder Paul Gauguin. De twee schilders waren zo verschillend van karakter en temperament, zelfs hun visies op kunst
stonden haaks op elkaar, dat daar wel een oortje moest bij sneuvelen.
Maar als je diep genoeg graaft in uiteenlopende levens en al even uiteenlopende levenswerken van totaal verschillende kunstenaars, dan stuit je ten langen leste op een grond, die de levensloop van elke mens
bepaalt. Vanuit die overtuiging past Gauguin wel degelijk in het rijtje van Rembrandt, Camille Claudel en
Van Gogh. We hebben alleen een empatisch dichter nodig, die ons in en door het medium taal de ogen
opent op het onderliggend universele waarvan de kleur- en lijncomposities in de schilderijen evengoed de
media zijn.

    Waar het Meekers om te doen is, is de essentie naar boven halen, een essentie die evengoed binnen de lijsten van die in felle kleurvlakken opgedeelde taferelen rond herderinnen, muzikanten en jagers
vervat ligt. Wat heeft Gauguin anders gedaan dan het spel van het gevecht tussen de lichtzijden en de
donkere kanten van zijn queeste naar het paradijs tot uitdrukking brengen? De dichter duidt het aan in de
laatste twee kwatrijnen van zijn bundel, meteen ook de synthetische verwoording van het rusteloze streven
van de schilder-avonturier die er zoals elk mens nu eenmaal toch het bijltje moet bij neerleggen. Ik citeer:

…………………………….. hij hing
duisternis op aan lampenzwart, verbond
de sterren met stippellijnen, wachtte
op antwoord, op hartslag, vond stilte

in oorspronkelijke versie, een verdwijn-
punt voor zijn perspectief, legde zich in
eenklank bij de aarde neer, tussen geel
en koningsblauw, op één lijn met het licht.

Met het woord ‘licht’ eindigt dit boek. Beter had Mark Meekers het raadsel mens niet kunnen duiden dan met die spanningsboog van donkerte en klaarte, de literaire variant van clair-obscur, die heel zijn bundel tot een verrassende eenheid voert.

Mark Meekers heeft schilderijen geobserveerd, geschriften en brieven nageplozen, maar hij moet zich daarbij voortdurend hebben ingebeeld dat hij voor een spiegel stond, een spiegel waarin hij niet alleen de eigen beeltenis, maar ook nog die van het hele mensdom zag opduiken.
Eigenlijk had de dichter, naar analogie met de titel van zijn bundel die negen jaar geleden verscheen, zijn nieuwe verzenboek dus ‘dubbel spiegelschrift’ kunnen noemen. Daar geeft o.a. het gedicht ‘Schroom’, dat het schilderij van een naakte Tahitiaanse vrouw in het gezelschap van een schimmige figuur en een beangstigend masker becommentarieert, trouwens alle aanleiding toe. Het slotkwatrijn van dat gedicht luidt:

zij bezweert de schemertijd en zijn
zwarte kunsten, wast alle angsten wit,
handen in onschuld, vindt een spiegel
om in te wonen, stapt onze ogen binnen.
Laten we u eens met aandacht in de spiegel kijken. Wat zien we er zoal in? Vooreerst, dat het kind –zolang
we dat oprecht wensen - nog niet dood moet gaan in ons. Gauguin schilderde als aankomend talent veel Bretoense kinderen. Noodgedwongen, want ze waren de enigen die voor een artiest zonder faam, zonder
have noch goed wilden poseren. Maar het was een geluk bij een ongeluk. Want precies bij het kind begint
elk avontuur. In ‘Finis terrae’ , het openingsvers van ‘Paradijskoorts’ getuigt de dichter:
reizen begint bij een schelp op een scheeps-
romp of een zeepbel die uit de kindertijd
aanwaait en wat ze wakker maakt achter
de ogen.
Een tiental bladzijden verder staat nog nadrukkelijker de weg uitgestippeld die ons zal bevrijden uit ‘het land van regen- / schermen en wasdraden vol ijspegels’, uit ‘de grauwe / landschappen als dweilen aan de einder / gespeld’. Het is, volgens dichter en schilder die zich klaarblijkelijk goed met elkaar verstaan, de weg waarop teruggevonden wordt wat zoek is, want – en ik citeer nogmaals uit het vers ‘Là-bas’ – ‘achter mij, in de kindertijd ligt toekomst. dààr / herboren worden uit lust, kunst en extase’. Baudelaire in de kindertuin – je moet het toch maar durven!

Wat is er nu zo eigen aan kinderen?at i       Dat ze vriendelijk dromen! Hebben wij, grote
mensen, dan het ongerepte in onszelf hersteld wanneer we weer gaan dromen? ‘Vergis je niet’ , waarschuwt Gauguin, ‘er zijn dromen en dromen. Je hebt er die zich netjes tussen de lijntjes van de brave patronen
bewegen, in een perspectief dat doodloopt op een zilverstuk. Dat zijn de burgerlijke dromen. Ruil ze gauw
voor die andere: dromen van een eiland als een Hof van Eden.’ Het klopt dat je als kunstenaar nooit genoeg
kunt overdrijven om de opgesteven heren en dames, om de clerici waarmee Gauguin het trouwens meer dan eens aan de stok had, om al die lui hun uit verstarde denkgewoonten weg te halen. Daarom liet het ‘enfant-terrible’ zoveel nutteloze oranje honden op zijn doeken rondlopen. Ze doen zoiets als de ‘gongslag in een pastorale’ .
En Mark Meekers voegt er fijntjes aan toe:

hij houdt de blindheid van de kijkers
voor gezien. zij gaan op hun achterste
poten staan, blaffen flagranter dan het beest,
gebeten op het oranje van die bastaard.


Zien we in die spiegel alleen maar de gerealiseerde dromen over paradijsjlijke
Toestanden? Natuurlijk niet. De bundel heet niet voor niets ‘Paradijskoorts’, of: ‘het aan den lijve voelen van
een ziekte die niet overgaat’. Gauguin wist wat ziek-zijn is. Het zijn vooral de ziekten van de eenzaamheid, de melancholie, de ervaring van de onmacht, de confrontatie met het niet te stelpen gemis en het onvermijdelijke afscheid dat als een schaduw loert onder de palmboom waar de liefde wordt bedreven. Voor die existentiële ziekten heeft Mark Meekers naar mijn aanvoelen zijn beste woordenpalet boven gehaald. Ik citeer

onafwendbaar eindigt alles als kruimel oud
brood of strandkorrel. enkele golven houden
het hoofd wat langer boven water. ’n schilders-
ezel staat met beide poten in de eenzaamheid.


Hoe subtiel de dichter tegelijk stem geeft aan Gauguins idee dat ondanks alles er toch een wereld moet bestaan waarin oude waarden blijvend zijn.
Als je dan als lezer of als bewonderaar van het beroemde ‘Zelfportret met gele Christus’  denkt op een veilige afstand te kunnen blijven, doorprikt Meekers die illusie met de beginregels van zijn volgend gedicht, waarin de schilder, heel toepasselijk, als de ik-figuur wordt opgevoerd:

ik solliciteer bij je oog, kijker
op het andere continent…


Wie daar niet op ingaat – en ik parafraseer het vervolg van Meekers’ vers -, wie zich niet wil laten raken door de ‘ongeneeslijke liefde’  van de schilder, dezelfde liefde waarin Christus leed, wie dus beweert dat de uitnodigende blik van de geportretteerde Gauguin alleen maar de vrucht is van gezichtsbedrog, die lijdt meteen ook aan een tweede, door iedereen te versmaden ziekte: gezichtsverlies. Of hoe de dichter ook hard kan zijn voor wie hem niet het volle vertrouwen geeft!

Ik wil tot slot nog eens uitvoerig mijn bewondering kwijt voor iets wat alleen in voortreffelijke beeldgedichten aan het licht komt. Ik doel hier op de levenswijsheid en zelfs de ethische bekommernis die Mark Meekers in en door zijn volgehouden dialoog weet te brengen.
Eerst iets over de verhouding tussen kunst en werkelijkheid. Ik volsta met het laatste kwatrijn uit het gedicht ‘Bonjour Monsieur Gauguin’ , bij het gelijknamige schilderij:

 

…alles moet eerst binnenin geschilderd
voor het een gezicht krijgt dat meer dan
wispelturig is, een lijstje rond al die eeuwig-
heid verdraagt, een wedergroet verwacht.


Is dit geen lesje dat de conceptuele en postmoderne kunstenaars in hun oren mogen knopen? Ik wil daarmee niet zeggen dat het Gauguin gelukt is om eeuwigheid in te lijsten. Neen, maar hij was dan wel sterk in de erkenning van zijn échec. En precies door die ironiserende relativering van zijn hoge doel, leidde hij zijn kijkers naar het echte onderwerp dat hij maar niet op het canvas kreeg. Meekers, ook een meester in de milde zelfspot, moet daar wel gevoelig voor zijn, en vindt dus ook de weg naar het achterliggende. De dichter verdient bijgevolg evengoed de titel ‘voyeur van het ongezien’  (een titel waarmee hij Gauguin bedeelt). Luister maar hoe hij eindigt in zijn gedicht ‘Man met bijl’ , bij een gelijknamig schilderij:
 

het onderwerp is zoek op doek.
daarbuiten, in volle verbeelding ontstaat
de stamklank van houwen, liggen takken
als verkleurde papegaaienstaarten.

straks krijsen ze in het vuur, getooid
met de veren van de vlammen, haalt de
vrouw in de prauw haar spiegelbeeld uit
het net, roostert vissen op de avondzon.


Onwillekeurig moest ik denken aan één van de verschijningsverhalen van de Verrezene. Als monnik ervaar ik mezelf ook als een voyeur van het onvoorstelbare. Want ik lees nu eenmaal dagelijks in dat meest verkochte boek dat kunst van hogerhand mag heten, en dus op gelijke wijze haakt naar een oncontroleerbare maar niet meer weg te denken werkelijkheid.

Een tweede voorbeeld betreft de maîtresse van Gauguin. Hij portretteerde Teha’amana, als eerbetoon aan de schoonheid en de waarheid van exotische religies. Maar Meekers zou Meekers niet zijn als hij niet nog iets anders ontdekte in dat portret:

 

ik dek de wonde af met verf, drijf
de kilte uit met warme kleuren, stilte
met een sprekend portret. bloemen van
het wildste wit luisteren aan je oor.

terughoudend achter de strepen van je
jurk. scheiden is een vlag in twee helften
scheuren. onze lippen gaan uit elkaar
bij het woord ‘vaarwel’. de wimpers vol

smeltend licht. onze schaduwen blijven
voor altijd verstrengeld achter.


Wat een paradoxen steken daar niet in. Afscheid nemen is elkaar de kans bieden een nog inniger
vereniging te vieren. Eén waarbij de hele schepping betrokken wordt. Uit elkaar gaan heeft ook iets teders.
Het draagt iets numineus in zich. een waaier van begrip gaat open. Voel je dat niet? Spreek dan eens het woord ‘vaarwel’ uit De lippen gaan uiteen voor een meest intieme kus, deze die niet meer gegeven hoeft.
Knap is het van de dichter dat hij ondertussen toch de tragiek niet wegmoffelt. In het vervolg van zijn vers spreekt hij ook van ‘bladeren als vleermuizen’ , van een zee als ‘een krimpend zeil, dat als een haaienvin de horizon snijdt’. Om dan in de slotregel weer alles samen te rapen in een nominaalzinnetje dat zonder al het voorgaande als een cliché zou gelden: ‘ons afscheid: de tederste lustmoord’. Maar het is geen cliché!
Daarvoor raakt het teveel aan stilte. Aan ontroering ook. En aan de vertwijfeling. De ervaring tussen twee stoelen te vallen.

Mijn laatste voorbeeld betreft de bezinning op de creativiteit zelf. Twee types van mensen kunnen met evenveel recht het label ‘creatief’: de vechter of de grapjas of de vlerk, die ‘knuppels in hoenderhokken’ werpt, én de zenmeester of de monnik of de haikudichter die het oord frequenteert ‘waar de dingen hun naam zeggen in de stilte’ . De eerste ‘krijgt zijn waarheid aan kerk noch straat verkocht’ , de tweede zoekt naar ‘witte bladzijden in een nog ongeopend zwartboek’.  De eerste heet Jacob (de bijbelse Jacob) en Gauguin
en Meekers, de tweede draagt de naam Hokusai (de naam van de beroemde 

Japanse schilder) en de naam Gauguin, en jawel... Mark Meekers. Hebben Mark Meekers en Paul Gauguin
elkaar dan gevonden in die enorme artistieke gespletenheid? Ik geloof het wel. En dat is niet als een blaam bedoeld. Integendeel. Mensen die weten dat ze zichzelf tegenspreken, het zijn geen arrivés. Het zijn dus
goede kunstenaars. Maar laat ik dat een beetje poëtischer zeggen met de laatste woorden van het openingsgedicht ‘Finis terrae’:

………………………….nooit aankomen
is het doel bereiken. na elke omweg meert
men weer tussen eigen ankers, wordt men
minnelijke schikking tussen zee en aarde,
keert de gewonnen ruimte buitenstebinnen.
    ‘Paradijskoorts’ is een verzenboek dat het waard is om meer dan eens binnenstebuiten te
keren. Ik kan alleen maar hopen dat elke lezer dat ook werkelijk doet. Want alleen zo zal het mogelijk zijn de
koorts helemaal uit te zweten, om dan na een ontnuchterende blikseminslag te ontdekken waar dat paradijsei-
land met die dorstlessende kokos dan toch ligt. Mijn antwoord luidt voorlopig: altijd binnen handbereik, maar
nooit vast te leggen, noch op doek, noch op papier. Of misschien toch ergens tussen de twee? Lezen en
kijken dus. ‘Paradijskoorts’ biedt kansen te over voor die minnelijke schikking.

Dirk Hanssens osb

terug / retour
 

    DIRK HANSSENS

Is monnik van de Leuvense benedictijnerabdij Keizersberg. Zijn jarenlang onderzoek naar de relatie tussen religie en hedendaagse poëzie resulteerde in de publicatie van twee essaybundels: "De ruimte van het volledige leven. Over de religiositeit van de poëzie" en "Het huis van hogerhand. De dichter en de monnik".
Als essayist en recensent is hij medewerker aan het tijdschrift "Poëziekrant". Voorts is hij redactielid van "Monastieke informatie" en van "Homiletische Suggesties" en occasioneel medewerker aan het tijdschrift voor leesbevordering "Openbaar".
Zijn meest recente boeken zijn: "Abdijen-abc. Fioretti-brieven van een zwerfmonnik (Davidsfonds 2000) en "Tot dit moment" (Uitgeverij P, 2001). Als creatief schrijver verwierf Hanssens ook bekendheid met libretti voor cantates en oratoria. "Gaandeweg ons aller kruis" werd getoonzet door J. Haspeslagh, de kerstcantate "Blijf niet staren" werd door S. Van Steenberge op muziek gezet. P. Pieters bracht "Benedictus -man van vrede" op toon. Onlangs volgde de creatie van "Debarim. Die sieben letzten Worte unseres Erlösers am Kreuze" op muziek van K. Bikkembergs.
 

terug / retour
 
 

LINKS / SCHAKELS


markmeekers.tripod.com/
www.schrijversnet.nl/links.htm
www.mengmettaal.org/
www.leuven.com/kunst/

bernarddecoen.tripod.com/
composers21.com/compdocs/blockeel.htm

dmoz.org/World/Nederlands/Kunst/Literatuur/Auteurs/M/
poezie.startkabel.nl/k/poezie/index.php?nr=1
www.rianvisser.nl/kinderboeken/links.html
www.poetryalive.nl/links/content1.cfm?letter=M
www.cultuurnet.nl/0011/14.htm
www.cpedu.rug.nl/S0998524/jcbloem/links.html
www.opkamer.nl/cgi-bin/zoeken.pl?category=Auteurs
users.pandora.be/francois.vermeulen1/stroom_nr_2.htm
www.alibris.com/authors/authors0230.html
www.pen.nl/nieuwegein/cultuur/beeldspraak/ozine/fotoalbum/album5/0001.html
www.poetryalive.nl/links/alle.cfm
www.linkcity.be/scripts/NL/Page.cfm?pageid=2777&xurl
www.a-z.be/schrijvers.html
http://meander.italics.net
literatuur.bij1.nl/
www.alibris.com/search/author_search.cfm/Mark_Meekers
home.hetnet.nl/~dickde-jong/tekst/opspraak%20nieuwsbrief.htm
www.usresolve.org/Resources/World/Nederlands.Kunst/Literatuur/Auteurs/M/

wwwterug / retour